Foto:

Een ijsje

  Column

Het was zaterdagmiddag, heerlijk weer, en ik zat op een groot plein. Nou ja, plein, een forse, open, netjes geplaveide plek. Eerlijk gezegd was het gewoon een parkeerplaats. Ruimte genoeg. En ik zat op de brede stoep die ernaast lag. Met een ijsje. Heel lekker ijs. Italiaans volgens mij. De zon scheen. Naast mij jonge ouders met kleine kinderen. Ik zag er steeds meer. Er kwamen ook kinderen alleen. Dat kan veilig op die plek daar. Sommigen zag ik lopend richting ijskraam komen, anderen waren op de fiets. Het was, hoe zeg je dat, gewoon ouderwets gezellig. Waarom weet ik niet, misschien kwam het door het ijs, het mooie weer, de gezellige bediening, de spelende kinderen, ik moest plotseling aan Venetië denken.

Ik herinnerde mij wat ik ergens had gelezen. Het ging over Venetië. Zeg maar, de drukste plek ter wereld. Waar toeristen in de rij staan om ergens op een terras te kunnen zitten. Waarna ze 10 euro voor een flesje water mogen afrekenen. De eigenaren van de cafés daar in die waterstad, de restaurants en hotels, de gondeliers, ze wisten niet wat ze overkwam het laatste jaar. Ze zagen geen toeristen maar wel hun prachtige stad. Voor het eerst eigenlijk, zeiden ze. Hoe overweldigend dat San Marcoplein, met daarop een wonderschoon paleis, de indrukwekkende kathedraal en al het andere moois. Ze gingen varen met hun gezinnen in de nu zo rustige kanalen, ze konden zomaar ergens heen lopen... een geweldige ervaring. Precies dat gevoel kreeg ik dus op een grote parkeerplaats.

In Haaften

Nu zat ik ook niet zomaar ergens. Weliswaar niet op het San Marcoplein ergens in Italië. Maar ik bevond mij wel degelijk naast een burcht. In Haaften. De Burcht van Haeften dus. Ik dacht, hier zit ik nou. En ik heb het zomaar naar mijn zin. Gewoon omdat iemand van de Burcht een even simpel als briljant idee heeft gehad: breng iets menselijks aan op een parkeerterrein van bijna 2.000 m2. Iets gezelligs ook, wat ze misschien wel een beetje missen in die omgeving. En het werd een ‘ijssalon’. Haaften kan zoiets goed gebruiken, laten we eerlijk zijn. Het zal weliswaar nooit een Venetië worden, maar daar kan niemand bezwaar tegen hebben.

Dan nog even over de naam, De Burcht van Haeften. Er staat nog een hoektoren van het Kasteel van Haeften in het dorp. Gebouwd in de veertiende eeuw. En verwoest, u mag één keer raden, door de Fransen in het rampjaar 1672. Ik kan me nog steeds opwinden over alle kastelen in ons land die toen door het Franse leger in opdracht van de zogenaamde Zonnekoning, Lous XIV, zijn ‘verruïneerd’. Wij hebben bijna geen kasteel meer over. En in Frankrijk struikel je er over. Zeer onrechtvaardig allemaal. Daarom ging ik op vakantie in Frankrijk altijd bij een paar kastelen langs.

Schopte ik eens hard tegen een muur aan. Of zoiets. Oh, zoete wraak, Zonnekoning…

Ik verliet het plein en keek nog eens achterom. Het was een gezellige boel daar voor de ingang van de Burcht. Een aanwinst voor het dorp, zonder meer. Laat de toeristen maar komen. Maar ook weer niet teveel natuurlijk. We willen wel een beetje onder ons blijven.

Column Jan Willem Beek

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden